Vloerelementen

Vloerelementen

Voor vloeren afwerkbaar te maken hebben we het fermacell® Vloerelement. Dit is een zwevend gelegde plaat die door middel van een liplas aan elkaar wordt gemonteerd. Er wordt eigenlijk een hele grote plaat gemaakt in de ruimte. Deze kan worden afgewerkt met diverse soorten afwerkingen waaronder tegelwerk.
Standaard kunnen op de fermacell® Vloerelementen tegels van 330 x 330 mm worden gemonteerd in een dunbedlijmsysteem. Grotere tegelmaten zijn mogelijk onder bepaalde voorwaarden. Je kunt de mogelijkheden terugvinden in de handleiding voor de verwerking van fermacell® Vloerelementen.
Ja, dit is mogelijk. De vloer moet dan wel eerst goed geëgaliseerd worden met bijvoorbeeld fermacellTM Egaliseermiddel voor vloeren.
Op de fermacell® Vloerelementen kunnen lichte niet-dragende metaalstaander- of houten staanderwanden worden gesplaatst met een maximale lijnlast van 200 kg/m1.
Fermacell® Vloerelementen zijn niet draagkrachtig en zijn dus ook niet als zodanig inzetbaar. Er dient te allen tijde eerst een draagkrachtige constructie gemaakt te worden van bv. een houten balklaag met underlayment of houten (vloer)delen, waarop de fermacell® Vloerelementen kunnen worden aangebracht.
Aan deze vloeren worden eisen aan de vloer gesteld op het gebied van brandwerendheid en geluidisolatie. Vaak 60 minuten WBDBO (weerstand tegen brand doorslag en brand overslag) en een DntAk >= 52 dB en LnTA <= 54 dB.
Een opbouw van de vloerconstructie 2 H 26 en op de vloerdelen het fermacellVloerelement 2 E 26 voldoet aan deze constructie.
Een bestaande houten vloer maakt u eenvoudig woningscheidend door toepassing van een minerale woldeken tussen de balken, een strookje fermacell® Gipsvezelplaat bevestigd tegen de onderkant van de blaklaag, een dubbel CD-profiel voorzien van een dubbele fermacell® Gipsvezelplaat afgehangen aan de balklaag. Op de bestaande vloer past u een vloerelement type 2 E 26 toe. Voor de specificatie verwijzen wij u naar de brochure fermacell Constructies hoofdstuk 7.4, oplossing nummer 5.
Aan deze vloeren worden eisen aan de vloer gesteld op het gebied van brandwerendheid en geluidisolatie. Bij nieuwbouw is dit vaak 60 minuten WBDBO (weerstand tegen brand doorslag en brand overslag) en een DntAk >= 52 dB en LnTA <= 54 dB. Echter zal het hier vaker gaan om een renovatie waar de eisen een stuk lager zijn.
Vaak kan worden volstaan met een fermacell Honingraatsysteem van 30 mm met daarop een fermacell Vloerelement 2 E 31 (30 mm).
Een goed advies is hier van wezenlijk belang om een goed eindresultaat te verkrijgen.
Stuur ons middels het contactformulier uw huidige opbouw (indien mogelijk met  een tekening) met de gevraagde prestaties.
Wij zorgen dan voor een maatwerkadvies voor uw toepassing.
Nee, dat is niet mogelijk.
De fermacell® Vloerelementen vergen een volle onderlaag die draagkrachtig genoeg, vlak en droog moet zijn. Op de balken moet dus eerst een voldoende draagkrachtige, niet verende vloerlaag worden aangebracht, bijv. planken of geschikte houtplaten (zie illustraties).
Is er voor de vloer maar weinig opbouwhoogte beschikbaar, dan kan men die laag ook tussen de balken monteren (zie illustraties). 
 

 
Op de bovenzijde van de fermacell® Vloerelementen bevindt zich de volgende gedrukte informatie (in het midden: “fermacell® Estrich-Elemente", op de zijkant: logo met productbenaming, CE-kenmerk, streepjescode, enz.).
De vloerelementen hebben langs beide zijden dezelfde materiaaleigenschappen. In principe maakt het dus niet uit, welke kant bovenaan ligt.
Bij het leggen moet alleen op de juiste ligging van de liplasverbinding gelet worden (de elementen worden er altijd van bovenaf op gelegd, er niet onder geschoven).
Als vloerverwarming worden speciale systemen gebruikt, die door de producent ervan vrijgegeven moeten zijn voor gebruik op droogbouwvloeren. Normaal gaat het daarbij om verwarmingssystemen op basis van warm water. De verwarmingsbuizen lopen in vormplaten, bijv. uit hard polystyrol. Bovendien zijn er warmtegeleidende platen aanwezig die een gelijkmatige afgifte en geleiding van de warmte garanderen en tegelijk een ononderbroken steunlaag voor de vloerelementen bieden.
Bij vloerverwarmingen worden normaal de 25 mm dikke fermacell® Vloerelementen (2 E 22) gebruikt.
Elektrische verwarmingssystemen, bijv. verwarmingsmatten, worden over het algemeen direct onder de vloerbedekking gelegd. Ze worden hoofdzakelijk als bijverwarming gebruikt of om de kilte uit de vloer te verdrijven.
De fermacell® Powerpanel Vloerelementen zijn wegens hun materiaaleigenschappen uitstekend geschikt voor elektrische vloerverwarmingen.
Wegens het risico van warmteaccumulatie zijn fermacell® Vloerelementen slechts in beperkte mate geschikt voor elektrische vloerverwarming. De elementen mogen alleen na overleg met de producent van het verwarmingssysteem worden gebruikt. Eventuele warmteaccumulatie door de afdekking van het verwarmingsvlak, bijv. door meubels of andere warmtewerende lagen (bijv. dikke tapijten, stoffen of matrassen) mag niet voorkomen. Op geen enkele plek van de vloerelementen mag de temperatuur hoger zijn dan 50 °C!
De goede geluidsisolatie van massieve plafonds in één laag, bijv. plafonds in gewapend beton, is  vooral te danken aan het gewicht (in verhouding tot de oppervlakte) en de buigstijfheid van de constructie.
Om bij relatief lichte houten plafonds die uit meerdere lagen bestaan, een vergelijkbare isolatiewaarde te verkrijgen, heeft men de volgende mogelijkheden:
 
Het gewicht (in verhouding tot de oppervlakte) van de vloer, de ruwbouwvloer en het plafond verhogen (bijv. door het fermacell® systeem voor  vloerisolatie te gebruiken of het plafond in meerdere lagen op te bouwen);
De stijfheid van de geluidsisolatieplaten verminderen (waarbij wel een voldoende drukvastheid behouden moet blijven voor de droogbouwvloer, zie ook vraag 7);
De afstand tussen plafond en ruwbouwvloer verhogen;
Het plafond van de balken loskoppelen (bijv. door een verende ophanging);
Holle ruimtes, ter hoogte van de ophangpunten en tussen de balken, met isolatiemateriaal op basis van vezels opvullen (bijvoorbeeld mineale wol).  
Het fermacell isolatiesysteem voor vloeren bestaat uit de fermacellTM Honingraatelementen, de fermacellTM Honingraatkorrels en het fermacell® Vloerelement 2E31 of 2E32. Het honingraatelement, dat een dikte van 3 of 6 cm heeft en langs onderen gesloten is, wordt met de fermacellTM Honingraatkorrels gevuld.
Dit isolatiesysteem wordt direct op de ruwbouwvloer of de planken vloer gelegd. Het zorgt ervoor dat het gewicht van de vloer toeneemt en leidt samen met de zwevend gelegde fermacell® Vloerelementen 2E31 of 2E32 tot een vermindering van het geluid dat doorgegeven wordt.
De geluidsdempende werking van dat systeem wordt nog in grote mate verbeterd wanneer bijv. het plafond van de vloer gescheiden wordt (door een verende ophanging).
De hoogte-egalisatie onder de fermacell® Vloerelementen hangt af van het toepassingsgebied en van het type en de drukvastheid van de gebruikte isolatiematerialen.
In de brochure "fermacell® Vloerelementen handleding voor de verwerking" vindt u informatie over het gebruik van bijkomende isolatiematerialen.
De fermacellTM Egalisatiekorrels kunnen in toepassingsgebied 1 (woning) minimum 1 cm en maximum 10 cm dik worden gelegd. De korrels kunnen direct over installatieleidingen worden gestort. Daarbij moet u een overdekking van minimum 1 cm voorzien. Het materiaal moet nadien niet meer worden gecomprimeerd.
Die fermacell® Vloerelementen zijn geschikt als ondergrond voor de directe verlijming van laminaatparket volgens DIN EN 13489 (bijv. legklare parketelementen) en mozaïekparket volgens DIN EN 13488, waarbij het mozaïekparket in een patroon gelegd moet worden dat de uitzetting van de parketvloer in verschillende richtingen mogelijk maakt, visgraat- of ruitmotief.
De verwerking van mozaïekparket in een andere legrichting of het gebruik van andere massieve houtsoorten en parkettypes mag alleen na overleg en met schriftelijke goedkeuring van de lijmproducent (bijv. SIKA, Thomsit, UZIN, Forbo).
Ja dit is mogelijk, afhankelijk van de stabiliteit van de ondergrond.
Op pagina 38 en 39 van de Handleiding voor de verwerking van fermacell®Vloerelementen staat aangegeven onder welke randvoorwaarden grotere tegels tot bijvoorbeeld > 1200 mm langskanten kunnen worden toegepast.
Ook op onvlakke vloeren kunnen fermacell® Vloerelementen worden toegepast. Het geheim zijn de speciale droge egalisatiekorrels. Als ondergrond wordt op een dergelijke onvlakke of scheve vloer eerst een laag fermacell® gewapend papier gelegd om weglekken van de korrels tussen vloerdelen en knoestgaten te voorkomen. Daarna worden de egalisatiekorrels uitgespreid. De egalisatiekorrels worden met een rei of lat tot een vlakke ondergrond gestreken. Door de hoekige vorm grijpen de korrels als het ware in elkaar. Zo wordt een altijd stabiel korrelbed gevormd. Er behoeft dan ook geen verlijming van de egalisatiekorrels te gebeuren. De korrels worden droog verwerkt zodat direct verder kan worden gewerkt.
De maximale laagdikte van de egalisatiekorrels is 60 mm, anders wordt het instabiel. Toch kunnen niveauverschillen tot maar liefst 120 mm worden overbrugd. Hiervoor kunnen de 30 mm dikke fermacellTM Honingraatelementen gevuld met honingraatkorrels worden gebruikt. Door 2 lagen van dit honingraatsysteem op elkaar te leggen en aan te vullen met egalisatiekorrels, kan tot 120 mm worden uitgevlakt.
fermacell® Vloerelementen zijn voor alle soorten vloerbedekkingen geschikt: tapijt, vinyl, linoleum, kurk, tegels, parket, massieve houten vloerdelen etc. Ook vloerverwarming is mogelijk. Elke vloerafwerking heeft zijn specifieke dingen waarmee rekening moet worden gehouden. Kijk voor de meest gebruikelijke afwerkingen in hoofdstuk 10 van de Handleiding voor de verwerking van fermacell® Vloerelementen op pagina 37 t/m 41. 
Fermacell® Vloerelementen kunnen worden toegepast in natte ruimten zoals badkamers. De vloerelementen moeten in het sproeibereik, oppervlakten die regelmatig nat worden, worden beschermd tegen vochtindringing. Dit houdt in dat de gehele vloer in dit soort ruimten wordt voorzien van een afdichtingssysteem. De aansluitingen met de wanden moeten ook worden voorzien van een waterafdichting. Elke tegellijmleverancier heeft hierin zijn eigen oplossingen. Wij verwijzen u dan ook naar uw tegellijmleverancier. Voor de meest gangbare tegellijmmerken hebben wij standaardadviezen, die u bij onze verkoopafdeling kunt opvragen.
Op fermacell® Vloerelementen kunnen lichte scheidingswanden worden geplaatst met een maximale lijnlast van 200 kg/m'. Met die voorwaarde dat we spreken over een metaalstaanderwand of een niet dragende houtstaanderwand. 
Gipsblokwanden, cellenbetonwanden, kalkzandsteenwanden, porisowanden en andere lijmblokkenwanden of metselstenenwanden zijn niet toegelaten. De reden hiervoor is dat dit soort wanden al bij kleine vervormingen scheuren kunnen gaan vertonen. Een metaalstaanderwand en houtstaanderwand hebben het vermogen om de vervorming van de ondergrond iets te verdelen en minder snel scheurvorming te laten zien.
Betreffende geluidisolatie is het volgende te zeggen. 
Indien de geluidisolatie naar de naastliggende ruimte het belangrijkste is, kan beter worden gekozen om de vloerelementen voor de wand te stoppen en de wand op de onderliggende draagkrachtige vloer te plaatsen. 
Indien de geluidisolatie naar beneden het belangrijkste is, kan beter worden gekozen om de wand op de vloerelementen te plaatsen.
Ja, indien u de volgende voorwaarden aanhoudt.
2 methoden:
 
Methode 1:
Eerst op de fermacell® Vloerelementen een fermacell® Gipsvezelplaat van 18 mm (dikte elektrapijp) aanbrengen. Hierin naar wens een leidingpatroon frezen. Na het plaatsen van de elektraleidingen de openruimten naast de leidingen opvullen met bijvoorbeeld fermacell® Voegengips of fermacell® Egaliseermiddel voor vloeren om een vlakke afwerkvloer te krijgen. Aanbrengen eindafwerking.
Zorg dat de extra fermacell® Gipsvezelplaat 18 mm verlijmd en geschroefd/geniet is aangebracht. Werkwijze als belastingspreidende laag (hoofdstuk 7 brochure fermacell® Vloerelementen Handleiding voor de verwerking). De lijmstrengen afstand mag hierbij vergroot worden naar maximaal 300 mm.
 
Methode 2:
Infrezen van de plaat maximaal 10 mm diepte. Na het plaatsen van de elektraleidingen (maximale diameter 10 mm) de openruimten naast de leidingen eventueel opvullen met bijvoorbeeld fermacell® Voegengips of fermacell® Egaliseermiddel voor vloeren. Over het gehele oppervlak een 10 mm fermacell® Gipsvezelplaat aanbrengen als belastingspreidende laag. Verwerking zie hoofdstuk 7 brochure fermacell® Vloerelementen Handleiding voor de verwerking.
 
Door het infrezen wordt de bovenste plaat van het vloerelement verzwakt, hierdoor loopt de belastbaarheid terug. Om dit te compenseren wordt over het gehele veld een nieuwe plaat aangebracht.
Voordeel van deze methode is dat u altijd 10 mm dekking op uw elektraleidingen heeft. Nadeel is dat u maar 10mm in het vloerelement kan frezen. Daarnaast moet u heel goed opletten hoe u de schroeven/nieten plaatst bij het monteren van de belastingspreidende laag om beschadiging van de elektraleidingen te voorkomen.
 
Opmerking:
Vaak wordt volgende werkwijze aangehouden. Aanbrengen van fermacell®Beschermingsfolie over de houten vloer. Daarna aanbrengen van de elektraleidingen op de vloer. Indien alle leidingen liggen, wordt het vlak opgevuld met fermacell® Droge egalisatiekorrels. Minimale hoogte 10 mm boven de hoogst liggende leiding. Voordeel dat de vloer gelijk waterpas wordt gemaakt. Hierover heen wordt het gewenste fermacell® Vloerelement aangebracht.
Ja, indien u de volgende voorwaarden aanhoudt.
2 methoden:

Methode 1:
Eerst op de fermacell® Vloerelementen een fermacell® Gipsvezelplaat van 15 mm (tevens de maximale diepte van de leidingsleuven) aanbrengen. Hierin naar wens een leidingpatroon frezen. Na het plaatsen van de verwarmingsleidingen de leidingen opvullen met bijvoorbeeld fermacell®Voegengips of fermacell® Egaliseermiddel voor vloeren om een vlakke afwerkvloer te krijgen. Vervolgens kan de vloerafwerking aangebracht worden.
Zorg dat de extra fermacell® Gipsvezelplaat 15 mm verlijmd en geschroefd/geniet is aangebracht (eventueel schroeven voor het frezen verwijderen). Werkwijze als belastingspreidende laag (zie hoofdstuk 5 van de brochure: fermacell® Vloerelementen - Handleiding voor de verwerking).
Zie afbeelding hieronder.


 

Methode 2:
Infrezen van een leidingsleuf van maximaal 10 mm diepte. Na het plaatsen van de verwarmingsleidingen (maximale diameter ≤10 mm) de leidingen opvullen met bijvoorbeeld fermacell® Voegengips of fermacell® Egaliseermiddel voor vloeren. Over het gehele oppervlak een 10 mm fermacell® Gipsvezelplaat aanbrengen als belastingspreidende laag. Verwerking zie hoofdstuk 5 van de brochure: fermacell® Vloerelementen - Handleiding voor de verwerking. Let op dat bij het monteren van deze belastingspreidende laag de verwarmingsleidingen niet beschadigd raken.
Door het infrezen wordt de bovenste plaat van het vloerelement verzwakt, hierdoor loopt de belastbaarheid terug. Om dit te compenseren wordt over het gehele veld een nieuwe plaat aangebracht.
Zie afbeelding hieronder.


 

Andere methoden:
In de handel zijn diverse vooraf met leidingpatroon aangebrachte gipsvezelplaten verkrijgbaar. Tevens zijn er diverse systemen ontwikkeld met eigen verwerkingsvoorschriften. In bepaalde vloerelementen is het bijvoorbeeld mogelijk om de leidingsleuven rechtstreeks in het vloerelement te frezen. Onder bepaalde omstandigheden kan een belastingspreidende laag achterwege blijven.  Neem contact op met fermacell® voor meer informatie hierover.
Zie tevens het document: Vloerverwarming met fermacell® op de website en de afbeelding hieronder.

×