Lijmvoegtechniek platen met rechte kant (RK)

fermacell lijmvoegtechniek platen met rechte kant (RK)

Om een optimale voegverbinding te verkrijgen, dienen fermacell Gipsvezelplaten uitsluitend te worden verlijmd met de speciale fermacell Voegenlijm. Deze is verkrijgbaar in een koker van 310 ml of een worst van 580 ml. De plaatzijkanten dienen voor het afvoegen stofvrij te zijn. Let erop dat de lijm inhet midden van de plaatzijkant wordt aangebracht en niet op het regelwerk. Voor de lijmvoegen moeten fabrieksmatig gezaagde plaatzijkanten worden gebruikt. fermacell Gipsvezelplaten die bij de montage op maat gesneden zijn, dienen haaks en volledig recht gezaagd te zijn.

Lijmvoegtechniek fermacell platen met rechte kant (RK)

Breng de lijm op de zijkant van de plaat aan. De lijmtuit zorgt voor de juiste lijmhoeveelheid voor de 10 mm en 12,5 mm dikke plaat. Bij platen met een dikte van 15 mm of 18 mm moet de lijmtuit worden aangesneden. De lijmhoeveelheid wordt daarmee voldoende verhoogd.

Belangrijk is dat bij het samendrukken van de beide plaatzijkanten tegen elkaar, de lijm de voeg helemaal vult en uit de voeg vloeit. De maximale breedte van de voeg mag niet groter zijn dan 1 mm, de voegbreedte mag niet tot nul worden samengedrukt.

 

Bij dubbele beplating verspringen de fermacell Gipsvezelplaten ≥ 200 mm ten opzichte van elkaar. De lijmvoegtechniek wordt alleen toegepast bij de buitenste laag, de eerste laag wordt stotend bevestigd.

 

Indien een wand dubbel wordt beplaat, kan de eerste plaatlaag zonder een voegtechniek stotend tegen elkaar worden gemonteerd. Alleen de tweede laag behoeft een onderlinge plaatverbinding volgens een van de beschreven voegtechnieken.

 

Lijmverbruik
Per meter plaatvoeg wordt 20 ml fermacell Voegenlijm verbruikt.

 

De samengedrukte lijmvoeg dient 0,5 –1,0 mm te zijn.

Verbruik fermacell Voegenlijm (bij een wandhoogte van 2,5 m)

Afmeting plaat 1 koker met 310 ml inhoud 1 worst met 580 ml inhoud

250 × 120 cm

22 m²

 40 m²

150 × 100 cm

11 m²

20 m²

Verbruik fermacell Kant-en-klaar finish

Verbruik per m2 fermacell wand/plafond

Oppervlakteafwerking

200 g

Afwerking van gips-/lijmvoeg

100 g

Montage van de eerste plaat

De eerste fermacell plaat wordt volledig vastgeschroefd op het metalen CW-profiel. Hierbij dient men te beginnen aan de open kant van het CW-profiel. Bij houten regelwerk wordt de eerste plaat doorgaans vastgeniet. Daarna wordt de fermacell Voegenlijm vanuit de koker in de vorm van een vlakke streng op het midden van de verticale plaatzijkant aangebracht. De minimale temperatuur voor de verwerking van de lijm is 10 ºC. De omgevingstemperatuur mag niet minder dan 5 ºC bedragen.

 

Montage van de volgende platen
De tweede fermacell plaat wordt aan een zijde ondersteund, zodat de plaatzijkanten elkaar aan de bovenzijde raken en naar beneden toe een smalle wigvormige spleet tussen beide platen ontstaat. Hiertoe dient de lengte van de plaat ca. 10 mm korter te zijn dan de hoogte van het vertrek. Bevestig de fermacell plaat ca. 60 mm onder de bovenzijde met een fermacell Snelbouwschroef (3,9 × 30 mm) op het metalen CW-profiel of met nieten op de houten regel.

 

Wanneer de eenzijdige ondersteuning bij de vloer wordt verwijderd, drukt de tweede plaat zich door zijn eigen gewicht tegen de eerste plaat, waardoor de lijm wordt samengedrukt. De volgende schroeven moeten gelijkmatig van boven naar beneden worden bevestigd. Naar keuze kan het monteren van de platen ook worden uitgevoerd met behulp van de platenhevel. Ook bij deze montagetechniek moet gewaarborgd zijn dat de fermacell Gipsvezelplaten voldoende aandrukkracht uitoefenen op de voegenlijm. In dit geval wordt de plaat van het midden uit vastgeschroefd.

 

De voegbreedte dient 0,5 –1 mm breed te zijn. De fermacell Gipsvezelplaat dient vervolgens zoals gebruikelijk te worden bevestigd met een schroefafstand van ≤ 250 mm of een nietafstand van ≤ 200 mm.

 

Dubbele beplating
Bij dubbele beplating van fermacell Gipsvezelplaten wordt de tweede laag zodanig gemonteerd dat de plaatnaad > 200 mm ten opzichte van de onderste laag verspringt. De lijmvoegtechniek wordt alleen toegepast voor de buitenste laag, de eerste laag wordt stotend bevestigd, ook bij constructies die aan brandveiligheidseisen dienen te voldoen.

 

Werkvolgorde na het uitharden van de lijm
Afhankelijk van kamertemperatuur en luchtvochtigheid is de lijm hard na ca. 18 tot 36 uur. Daarna wordt de overtollige lijm volledig verwijderd, bijv. met een plamuurmes of met een fermacell Lijmafsteekmes. De wand vervolgens afwerken met fermacell Voegengips bij de voegen en schroefgaten.

Aansluitingen

Wand- en plafondaanslutingen met enkele fermacell beplating

Bij de aansluiting van fermacell Gipsvezelplaten van met een laag of twee lagen beplaatten fermacell montagewanden en plafonds etc. aan andere materialen zoals bijvoorbeeld pleisterwerk, zichtbeton, metselwerk, staal of houtbouwmaterialen is het principieel noodzakelijk om voor een scheiding van de verschillende bouwmaterialen te zorgen. Om bij deze aansluitingen een starre verbinding te vermijden, zijn er meerdere mogelijkheden:

  • Geolied papier of stroken van PE-folie tussen randisolatie van minerale wol en het belendende bouwdeel samen met de wand- en plafondaansluitprofielen bevestigen. De breedte van de stroken zo kiezen, dat er een overlap over de buitenkant van de fermacell beplating ontstaat. Voegbreedte van 5 –9 mm in acht nemen. Na het uitharden van de fermacell Voegengips de overstaande stroken op de twee kanten vlak afknippen.
  • Achter de wand- en plafondaansluitprofielen een randisolatie van minerale wol plaatsen en aan het belendende bouwdeel bevestigen. Voor het beschieten van de onderconstructie met fermacell Gipsvezelplaten plakband op de bouw aanbrengen en in richting buitenkant van de beplating laten oversteken. Voegbreedte van 5–9 mm aanhouden. Na het uitharden van de fermacell Voegengips het overstaande plakband vlak met de wand afknippen.
  • De aansluitvoegen tussen fermacell afbouwplaten en aangrenzende bouwdelen afdichten met elastische kit met een duurzame bewegingsopname van minimaal 20 %. Deze kitvoeg dient 5 –9 mm breed te zijn. De rand van de plaat voorstrijken alvorens af te kitten. De in afbeelding 1 onder 1 geschetste mogelijkheden kunnen alleen worden toegepast, indien geen enkele beweging wordt verwacht vanuit de ruwbouw en dus geen uitwendige krachten inwerken op de fermacell montagewand of het fermacell plafond. Als er grote doorbuigingen of andersoortige bewegingen van de ruwbouw worden verwacht kunnen zogenaamde ”glijdende” aansluitingen een oplossing bieden.
Wand- en plafondaanslutingen met dubbele fermacell beplating

Dilataties

Dilataties oftewel bewegingsvoegen zijn in fermacell wanden en plafonds noodzakelijk ter plaatse van ruwbouwdilataties. Omdat fermacell platen bij een veranderend binnenklimaat kunnen krimpen en uitzetten moet ook dit effect door dilataties worden ondervangen. Bij fermacell montagewanden en plafonds dienen bij de toepassing van fermacell Voegengips de dilataties maximaal om de 8,0 meter te zitten. Bij lijmvoegen geldt een maximale afstand van 10,0 meter tussen de dilataties.